Oud-burgemeester Rob van Gijzel kijkt terug

Eindhoven is een zelfbewuste stad geworden

Als je ruim acht jaar burgemeester bent van Eindhoven, bouw je een aantrekkelijke staalkaart herinneringen op. Zo staat Rob van Gijzel één gebeurtenis uit het begin nog zeer helder voor de geest. “Dat is het bericht dat Lehman Brothers failliet zou gaan. Het was een donderdag in september 2008. Lehman Brothers was in grootte de vierde investeringsbank van de VS. Het ging dus niet om zomaar een faillissement, maar om de aankondiging van een diepe crisis in de financiële wereld.  Daar was nog weinig van te merken toen ik de ambtsketting in april van dat jaar omgehangen kreeg. Het bericht maakte me ongerust.

Als het in de VS zo enorm fout gaat, kun je erop rekenen dat de ellende in Europa ook snel doordruppelt. Daarom heb ik direct de captains of industry uit de regio bij elkaar geroepen. We moesten koste wat kost op tijd reageren en de economie en de werkgelegenheid zoveel mogelijk sparen. We hebben maatregelen bedacht die later door Den Haag werden overgenomen, zoals “de kenniswerkersregeling”. We hebben ervoor gezorgd dat de export van bestaande orders zoveel mogelijk door kon gaan. We hebben de invoering van deeltijd-ww geregeld, gezorgd dat bedrijven niet afgesloten werden van nieuwe kredieten.

Het was niet te voorkomen dat we in 2009 een flinke krimp doormaakten. Maar in 2010 realiseerden we, op basis van de eerdergenoemde maatregelen, in onze regio een enorme groei. En sindsdien zijn we alleen maar verder gegroeid.

Crisis heeft Eindhoven goed gedaan
We zijn als stad en regio goed uit de crisis gekomen. Wat de PvdA daarmee te maken heeft? Als ik terugkijk, zie ik dat de PvdA-agenda van 2010 is uitgevoerd. Die valt in grote lijnen samen met mijn motieven om lid te worden van de PvdA. Kort gezegd draait het om de begrippen sociaal, rechtvaardig en toekomstgericht.

Tussen 2008 en 2016 betekende dat een lastige opgave; we moesten enorm bezuinigen omdat het niet anders kon. Het werd een combinatie van armoedebestrijding, versterking van de werkgelegenheid, aandacht voor veiligheid in de stad, investeren in vernieuwing en stedelijke ontwikkeling maar bovenal samen dit programma uitvoeren met bewoners en bedrijfsleven. Het heeft de stad in die jaren veel gebracht. Veel internationale erkenning en afgelopen najaar eindelijk ook de nationale erkenning als een van de drie belangrijkste economische regio’s van Nederland. Maar vooral heeft het veel werk en inkomen gebracht. In de crisisperiode is het inkomen van de gemiddelde Eindhovenaar het meest gestegen van alle Nederlanders.

Mensen aan het werk, in een veilige omgeving, betrokken op elkaar, bouwend vanuit eigen kracht aan een gezamenlijke toekomst. Dat is dus de sociaaldemocratie waar ik in geloof.”

Sociaal, rechtvaardig, toekomstgericht
Als student besloot Rob van Gijzel politiek kleur te bekennen. “Ik had voor mezelf drie criteria genoteerd. De partij die het best op deze criteria scoorde, mocht op mijn lidmaatschap rekenen. De criteria waren: sociaal, rechtvaardig en vooruitgangsdenken. De PvdA was de enige partij die op elk van de drie terreinen goed scoorde”, zegt Rob. “Het CDA en zijn voorlopers waren nooit van de vooruitgang en een partij als de VVD was niet bepaald sociaal. Sindsdien ben ik lid van de PvdA.”

Zelfbewust Eindhoven
“Eindhoven was altijd een lelijke stad, vond men. De bombardementen (WOII) en de naoorlogse colleges hebben het gezicht van de stad inderdaad wel geschonden. Bovendien is Eindhoven een verzameling dorpen, werd er dan achteraan gezegd. Alsof niet elke stad dat is! Maar voor Eindhoven leek dat, door de manier waarop men dat zei, toch zogenaamd iets ergs. Er was weinig trots in de stad. Dat is wel veranderd. We komen niet van onze littekens af, maar we hebben inmiddels ook onze schoonheidspukkels. De witte dame, de bruine heer, Strijp-S, ze zijn wereldberoemd. Eindhoven heeft juist de laatste jaren veel aan allure gewonnen. En aan zelfbewustzijn – we weten dat we iets waard zijn.” 

Bij zijn afscheid van Gijzel in gesprek over het ontstaan van Brainport.

Erkenning voor Eindhoven
“De hele wereld kent Eindhoven en de Brainport-regio. De prijs voor de slimste regio (2011) ter wereld heeft daar zeker bij geholpen. We lopen voorop in technologie en design. De Dutch Design Week trekt bezoekers uit alle delen van de wereld. Dat is goed voor Eindhoven, want een stad in een slimme regio die zoiets kan organiseren, is aantrekkelijk voor bedrijven. Kijk, wij krijgen geen miljoenen subsidie om cultureel aantrekkelijk te zijn. Dat moeten we zelf regelen. Het mooie is, dat we dat in Eindhoven gedaan hebben. Al die prachtige evenementen zoals de DDW Glow en Ameezing Eindhoven, de Techniekweek, dat zijn prestaties van de stad. Van de mensen uit de stad. Dat kan alleen als je sociale weefsel goed is, als mensen en partijen elkaar willen en kunnen vinden. Nee, dat is niet alleen aan de PvdA te danken, natuurlijk niet, maar het zit wel in onze haarvaten om het sociale weefsel te willen versterken. Dat Den Haag Eindhoven inmiddels ook weet te liggen, en de economische kracht van de stad en regio erkent, hebben we volgens mij aan het collectief te danken: aan mensen, bedrijven, onderwijsinstellingen en het gemeentebestuur. Het is denk ik niet toevallig dat de PvdA steeds in het college heeft gezeten en tegen de landelijke verdrukking in in Eindhoven de grootste partij is gebleven. Er zijn goede dingen gebeurd.”

Sociaal weefsel
“Alle mensen horen in de positie te zijn om hun leven op orde te hebben en te houden. Niet iedereen is dat van nature. Daarom blijft emancipatie een kernbegrip. Jongeren moeten hun eigen leven kunnen financieren, kansarmen hebben steun nodig. Van elkaar, van anderen, van het gemeentebestuur. De PvdA heeft zich daar op verschillende manieren sterk voor gemaakt. Mensen hebben meer zeggenschap over wat er in hun wijk gebeurt. Het overleg daarover brengt hen ook bij elkaar. Buurtpreventieteams brengen mensen op een andere manier bij elkaar. Het zijn eenvoudige maatregelen met twee effecten. Een: meer regie voor de inwoners, twee: een impuls voor de sociale cohesie.

Een initiatief als Impact040 past hier perfect bij. Al die bedrijven die op verzoek diensten en ondersteuning aanbieden om het sociale weefsel van de stad te versterken. Prachtig toch?”

Smart society
Rob van Gijzel maakte de overstap van de landelijke politiek naar de lokale politiek. Hoe is dat bevallen? “Geen misverstand, het werk in de Tweede Kamer was leuk. Maar wel heel abstract, ver van de mensen om wie het gaat. Als burgemeester of wethouder sta je veel dichter bij de mensen. Dat is een groot voordeel.

Een voorbeeld: zonne-energie, het maakt ons minder afhankelijk van fossiele brandstoffen, geeft individuen de regie over de eigen energievraag (ze worden dan zowel producent en consument). Op zo’n terrein kunnen de lokale overheden experimenteren. Door samen met bewoners dingen te bedenken en te proberen. Co-creatie dus. Dat is voor mij de betekenis van Smart City Eindhoven. Dat overheid, bedrijfsleven, kennisinstituten en inwoners overleggen over mogelijkheden, belangen afwegen, besluiten nemen. Niet: met vooringenomen standpunten tegenover elkaar gaan staan en zoveel mogelijk eigen gelijk proberen te halen. Wel: werk op basis van belangen en probeer de verschillende belangen zoveel mogelijk bij elkaar te brengen. In Eindhoven is dat denken al behoorlijk ver ontwikkeld. Een mooi voorbeeld vind ik de invulling van het Stationskwartier. De grond onder de oude VVV-locatie is veel waard. Het was financieel aantrekkelijk om daar alleen dure koopwoningen te bouwen. De PvdA vindt echter – sociaal en rechtvaardig – dat die grond niet uitsluitend voor welgestelden gereserveerd moet worden. Dus is er ook sociale woningbouw in het plan gefietst.

Democratie
Als Rob eenmaal over Eindhoven begint, spat het enthousiasme er vanaf. Hij sluit af met een voorbeeld van hoe een stad kan omgaan met burgerinitiatief. “Een oudere mevrouw in Jagershoef sprak me aan. ‘Nog even en ik kan niet meer alles zelf, sprak ze, maar ik wil niet naar een verzorgingshuis. Ik wil het gewoon met anderen oplossen. Voor elkaar zorgen.’ Ze had de voordelen goed op een rijtje. ‘Zelfstandig blijven wonen. Iets doen voor een ander. Goedkoper. Leuker.’ Daarna betrok haar gezicht. ‘Maar we hebben een pand nodig waar we samen in kunnen wonen. Dat is er niet.’ Op het stadhuis hebben we vervolgens uitgezocht hoe het zat. Inderdaad, de regels stonden de uitvoering van dit initiatief niet toe. Daarom hebben we de regels veranderd. Want je kunt niet de mond vol hebben van burgerparticipatie en dan zo’n initiatief niet belonen.

In het algemeen denk ik dat je dingen los moet organiseren om mensen ergens bij te kunnen betrekken. Wanneer je alles in regels vastlegt, is er niets meer mogelijk.”

(interview 20 januari 2017, tekst door Jack Tinnemans)